De menselijke stem is het muziekinstrument dat het meest gebruikt
wordt door Afrikanen, zoals blijkt uit de vele registraties die ervan
bestaan. Zelfs wanneer we alle opnamen waarin de stem van ondergeschikt
belang is tot de instrumentale rubriek rekenen, komen we nog op twee
vocale stukken tegen één instrumentaal stuk. Vocale muziek vormt dus
de kern van de Afrikaanse muziekkunst. Dit betekent absoluut niet
dat het instrumentale aspect minder interessant zou zijn, integendeel,
juist omdat instrumenten als belangrijke taak hebben de gesproken
of gezongen taal weer te geven, spelen ze een belangrijker rol dan
in de muziek van andere continenten.
De manier waarop Afrikaanse musici de stem gebruiken, het timbre en
de verschillende nuances die ontstaan dank zij kunstgrepen die in
de rest van de wereld onbekend zijn (het dichthouden van de oren,
dichtknijpen van de neus, de tong in de mondholte laten
vibreren, het maken van een echo door de stem
in een hol voorwerp te laten klinken, enzovoorts),
zijn ongetwijfeld de oorzaak van de verwarring, of beter gezegd,
van het onbegrip dat de niet-Afrikaanse luisteraar altijd ervaart
wanneer hij voor het eerst Afrikaanse muziek hoort.
Een belangrijke opmerking vooraf is dat het begrip `mooie zangstem`
- één van de meest subjectieve begrippen die er zijn - niet zomaar
van toepassing is op zwarte zangers. Een bepaalde Afrikaanse zanger
heeft misschien een mooie stem naar westerse maatstaven, maar dit
betekent nog niet dat zijn muziek ook gestoeld is op westerse criteria,
zoals melodische perfectie, zuiverheid of zorgvuldige alwerking. Een
mooie Afrikaanse stem in de westerse betekenis van het woord is in
de context van de traditionele Afrikaanse muziek veeleer
een toevalligheid. Het doel van Afrikaanse muziek is
namelijk niet om klanken te produceren die aangenaam
voor het gehoor zijn, maar juist om alledaagse ervaringen
om te zetten in klanken. Binnen een dergelijk muzikaal kader waarin
steeds het leven, de natuur of het bovennatuurlijke weergegeven wordt,
vermijdt de musicus wijselijk het gebruik van schoonheid als criterium
omdat dit altijd subjectief is.
Daarom passen Afrikaanse stemmen zich aan de muzikale context aan:
een heldere klank om een nieuwe bruid te verwelkomen, een gedempte
klank om iets te vertellen wat men liever verzwegen had, een spottende
toon bij een satirisch verhaal, een lacherige toon om de spot te
verzachten; al naar gelang de omstandigheden is de
stem rauw of liefelijk. Daarom heeft iedereen die
dat wil de vrijheid zijn of haar stem te laten
horen: zingen is geen specialistenwerk. Iedereen kan zingen en in
de praktijk doet ook iedereen het.
Dit is de grondslag van het collectieve karakter van de Afrikaanse
muziek.
Vocale muziek is zo belangrijk omdat zij de sociale betekenis
van de kunst bevestigt ten opzichte van de mensen die haar dagelijks
beoefenen. Vandaar dat we er nauwelijks aan toe hoeven te voegen dat
alleen vocale muziek de betekenis van een ritueel goed kan uitdrukken,
een gebed tot de goden kan doen opstijgen, een vonnis kan uitspreken,
liefde en eensgezindheid binnen de gemeenschap kan prediken.
Wanneer we het echter hebben over de specialisten, griots en citerspelers,
wordt het zingen een vorm van kunst. Deze kunst, die geduldig verworven
moet worden onder leiding van een meester, is het voornaamste
bestaansrecht van de kaste van troubadours die al
sinds onheuglijke tijden de bewaarders van de
traditie zijn. Iedere griot kan zingen. En toch is deze zangkunst
zeer functioneel en verre van gekunsteld of esoterisch. Zij behoudt
een zeer eenvoudige vorm die voor iedereen toegankelijk is, zodat
een griot vaak enkel een solozanger is in een groep of de gangmaker
van een feest samen met musici die, hoewel zij meestal geen
specialisten zijn, de muziek vaak gemakkelijk mee
kunnen spelen.
Een karakteristiek van alle Afrikaanse muziek is juist dat zij
gemeenschappelijk bezit is, een taal die verstaan
wordt door alle leden van een bepaalde etnische
groep. Anders gezegd, terwijl we op het instrumentale vlak
een aantal specialistische vormen en technieken zien, alleen
toegankelijk voor een kleine groep ingewijden, is
vocale muziek wezenlijk van het volk. Daaruit put
zij haar inspiratie en zij verleent zelfs aan de
meest alledaagse feiten een filosofische wijsheid. Juist dit aspect
maakt Afrikaanse vocale muziek tot een
onderzoeksgebied dat uiterst interessant is voor
degene die niet alleen kennis wil nemen van het
alledaagse leven waaraan zij gerelateerd is, maar ook van bepaalde
aspecten van de Afrikaanse filosofie.
Als er geluisterd wordt naar opnamens, zal men ontdekken dat deze
muziek, die zo lijkt te verschillen van die welke men kent, lang niet
zo onaantrekkelijk is als zij in het begin leek. Als men door een
dergelijke objectieve houding een echte liefhebber wordt van
traditionele Afrikaanse muziek heeft deze de
uitdraging ervan volledig begrepen.