|
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
In de djembéboeken wordt de beschrijving van grafische notaties bij iedere handslag weergegeven met een letterteken, waarvan het merendeel van de slagen met een grafisch teken wordt aangeduidt. Hieronder worden de handslagen en tekens uitgelegd die in de notatieregels voorkomen:
|
|||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||
|
De letters terzijde van de notaties van de ritmes bevatten de volgende verklaring : |
|||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
Eén regel waarop de slagen achtereenvolgens worden weergegeven. Daar waar een punt staat speelt men niets, men laat hier de metronomische tijd verlopen totdat een volgende slag geslagen kan worden.
Onder de notatieregel zijn ook nog een aantal sterretjes afgebeeld. Dit is de cadans waarop de muziek bespeeld wordt. Een `r` en `l` is de aanduiding voor de handslag die gebruikt wordt, een rechtse of een linkse handslag. Dit kan desgewenst omgedraaid worden. Iedere noot op de regel is van links naar rechts te lezen en te musiceren. In deze beschrijving speelt djembé 2 op herhalende wijze: `slap, slap, open-open, slap, open-open`, of uitgesproken klinkt dat als `ti, ti, ta-ta, ti, ta-ta`.
Een djembésessie kan samen met de doun-doun gespeeld worden. Toch is het zo dat niet iedere djembésessie een doundoun-ritme heeft, omdat sommige volkstammen in West-Afrika de doun-doun niet gebruikt. Voor deze drums (geslagen met een stok) zijn vier regels per notatiebalk gemaakt: één regel voor de masar, de kenkeni, de sangban, en de doundounba. |
|||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
Bekijk ook de andere djembé-notaties en vergelijk : |
|||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
|
||||||||
|