|
Doun-doun
|
|
Synoniem |
: |
dendoun, djundjun,
doudounba, doundoumba, doundoun, dounga, doungassi,
dunduns, dyi dounou, gui |
|
|
|
dounou, junjun, ndoungou,
tchoua-n'doung |
|
Onomatopee |
: |
doen-doen |
|
Land |
: |
Algerije, Benin Gambia, Guinea, Ivoorkust,
Mali, Senegal, Tunesië, Dem.Rep.Congo |
|
Volksstam |
: |
Berber, Dompago, Malinké, Mandinka, Vili
|
|
Gerelateerd aan |
: |
Gungon nu |
|
 |
|
Drie basdrums die
de djembé begeleiden als pulsen in een ritmisch cadans.
Van de kleinste drum naar de grootste drum
:
|
|
|
|
De letterlijke vertaling van de bewoording
doundoun betekent lage drums. Het zijn een de grotere cilindervormige
drums die in Afrika gemaakt zijn om de cadans tijdens de muzikale uitingen
in balans te houden. Ze vertonen de lagere geluiden die in de Afrikaanse muziek
de aanvulling en begeleiding zijn om het
geheel de kracht en vervolmaking te geven waarmee andere gespeelde instrumenten
zich op kunnen richten.
Met in de ene hand een houten slagstok en in de andere hand een metalen slagpen
geeft het de muziek de drive waarop de uiting gegeven kan worden.
De opstelling van deze drums wordt op de achtergrond behouden om daarmee
de medespelers totaal de gelegenheid te geven helemaal in hun uitvoering op
te gaan.
De drums zijn gemaakt van de houtsoorten die in Afrika algemeen aanwezig zijn:
lengue-, tweneboa-
en/of dimba-hout. Tropisch houtsoorten die een bewerkelijke sterkte bevatten
om uitgehold te worden. De huiden op die op de drums
gemonteerd zijn is runderhuid. dikker dan het geitenvel, die op de djembé
terug te vinden is, en sterk genoeg om de stokslagen op te kunnen vangen.
De landen alwaar ze gemaakt worden liggen allen in dezelfde gebieden
waar ook de djembees vandaan komen, West-Afrika: Guinea, Senegal, Gambia,
Ivoorkust, Ghana en Burkino Faso.
Van origine werden douns bespeeld door
de Malinke-volksstam woonachtig in het hoge noorden van Guinea in de regio
Kouroussa, maar ook over de grenzen in Mali werden zij door volksstammen bespeeld.
Zij bespeelden ze in sets van twee, de doundounba en de sangban, de Malinke
in sets van drie. Het is moeilijk aan te geven als de masar ook in die tijd
op de drums gemonteerd werd maar waarschijnlijker kan verwacht worden dat
omstanders de hoge geluiden van de masar vanuit de hand bespeelden. Ook de
technieken verschillen per regio waardoor er in de loop van de geschiedenis
door ieder volk een eigen ritmische beat heeft gevormd dat bij hun eigen identiteit
paste. De speler van de doundoun wordt door Afrikanen
meestal een Doundounfola genoemd.
|
|

|
|
Kenkeni (Kenkedin)
|
|

|
De bovenste trom is de metronoom
met de hoogste tonage van de set. Het hele nummer door wordt daarmee
hetzelfde patroon aangegeven. Met korte simpele frasen verzorgt de kenkeni
een voortgang in de muziek.
Zonder enige variatie geeft de drum de hartslag
van de muzikaliteit aan en `klopt` het hele nummer hetzelfde patroon.
De lengte van de drum bedraagt ongeveer 55cm en
is in doorsnede ongeveer 28cm.
|
|
|

|
|
Sangban
(Sangbeni, Songba, Sangbé,
Sangba)
|
|
De middelste trom die het tempo
in de muziek verzorgt.
Het hart van het ritme dat op dat moment in gang
gehouden wordt.
Ongeveer 65cm lang en 32cm in doorsnede.
|

|
|
|

|
|
Doundounba (Dundun,
Doudoun, Djundjun, Dundunba, Jambadudu)
|
|

|
De grootste trom van de set.
Het geeft het ritme de power en de kracht die
als respons in de muziek te horen valt, soms zelfs te voelen daar de
slagen op deze drum laag en doordringend kunnen zijn.
Als grootste een lengte van ongeveer 77cm met een doorsnede van 48cm.
|
|
|

|
|
Masar (Agyegyewa, Atoke, Mazar,
Kessing, Kenken, Bell)
|
|
De masar is een gietijzer plateau,
koebel of gevouwen ijzer dat bovenop de Kenkeni of Sangban bevestigt,
gestoken of gebonden wordt. Ook kan deze door
een medespeler in de hand gehouden worden en samen met de doundounfola
bespeelt worden.
Het geluid wat het produceert is bijna het tegenovergestelde van de
laagklinkende slagen op de drums. Een verfrissing in hoge tonen, soms
afgewisseld in gedempte slag.
|

|
|
|
Top
pagina
|