|
Op
een doordeweekse dag
"Kan
jouw tante echt toveren", vraagt Jacky aan haar
vriendin. Tira huppelt een stuk voor Jacky uit.
"Ja
natuurlijk", roept ze achterom.
"Dat heb ik toch in de klas verteld. Of geloof je me niet?"
Jacky weet het niet. Het is een raar verhaal, vindt ze. En ook eng.
"Ja, ik geloof je wel hoor",
zegt ze.
Maar eigenlijk denkt ze dat Tira gewoon alles verzonnen heeft. Zelfs de meester
vond het maar een raar verhaal. En nu zijn ze onderweg naar die tovertante van
Tira. Jacky wil die rare tante wel eens zien.
Haar tante kan
toveren, vertelde Tira ooit in de klas.
"Een
tovertante", fluisterde Jacky toen en proestte het
uit van het lachen.
Lang geleden moest die
tante vluchten uit haar land omdat ze iets vreemds had getoverd dat helemaal
fout was.
Ze kwam naar
Nederland. Tira vertelde dat die tante midden in het oerwoud woonde. Ver weg in
een Afrikaans land. Tira’s ouders komen ook uit Afrika
maar wonen al bijna heel hun leven hier. Zelfs Tira is nog nooit in Afrika
geweest.
"Kom
op Jacky", roept ze, "je
loopt zo langzaam, zo komen we er nooit."
Jacky schrikt wakker uit haar dagdroom en loopt wat harder achter Tira aan. Tira
rent en huppelt maar verder. Jacky wandelt er rustig achteraan. Steeds moet Tira
op haar vriendin wachten.
De tante is de dochter
van een beroemde Afrikaanse toverman. Van hem heeft die tovertante alles
geleerd.
Ze leefden in de grote
oerwouden en de bomen die daar
staan groeien tot aan de wolken. Als je daar in een boom klimt ben je na
een uur nog niet bij de top. Zo hoog dus.
Dokters waren er niet.
Als iemand ziek was moest toverman komen. Die kookte dan van kruiden en planten
een papje wat de zieke weer beter moest maken. Maar dat was niet het
belangrijkste wat een toverman moest kunnen.
Een toverman moest
kunnen praten met de geesten van dode mensen. Die kon hij dan om hulp vragen
voor zijn dorp. Sterk waren ze ook. Wilde beesten, zoals een leeuw, konden ze
doden met blote handen. Aan de muur van tante hangt zo’n afgerukte kop van een
leeuw, vertelde Tira op school.
Omdat Jacky zo aan het
dromen is loopt Tira elke keer meters voor haar uit. Maar zo is het eigenlijk
altijd tussen die twee. Tira loopt altijd vooraan en durft alles. Jacky denkt
wat meer over de dingen na en is rustiger. Misschien dat ze daarom zulke goede
vriendinnen zijn. Tira wacht ongeduldig bij een stoplicht.
"Kom
op nou", schreeuwt ze van afstand. Jacky begint
wat harder te lopen want Tira heeft ook al op het knopje gedrukt. Groen, en Tira
steekt over.
Jacky begint te rennen omdat anders het stoplicht weer op rood staat voor ze er
is. Net op tijd steekt ze over.
"Waar
is het?" vraagt ze.
Tira wijst naar een
flat een stukje verderop. "Daar op de zesde
verdieping."
Ze beginnen te rennen.
"Wie er het laatste is, is een schildpad",
schreeuwt Jacky.
Lachend rennen ze op de voordeur van de flat af.
Aan de voorkant van de
flat zijn allemaal brievenbussen met daarnaast een deurbel. Tira zoekt nummer
621.
"Hebbes", roept ze en
drukt op het zwarte knopje.
Bij de voordeur klinkt een zoemer. Tira loopt op de deur af en duwt die open.
Meteen daarachter zijn de liften. Ongeduldig wacht Tira op de lift. Huppelend
van het ene been op het andere. De verlichte nummers lopen maar langzaam terug
naar 0. Hoe lager de lift komt hoe nerveuzer Jacky wordt. Liever gaat ze weg
maar ze wil haar vriendin niet alleen laten. Ze vindt het allemaal maar eng.
Langzaam schuiven de
metalen deuren van de lift open. De twee vriendinnen stappen naar binnen en Tira
drukt op het knopje van de zesde verdieping. 1, 2, 3, 4, 5, 6 tellen de rode
cijfertjes van de lift.
Met een schok stopt de
lift, en zonder een geluid te maken schuiven de deuren open. Tira stapt uit de
lift en gaat de galerij op. Jacky volgt een meter achter haar.
Tira loopt naar de voordeur van de tovertante en wil aanbellen.
"Nee",
roept Jacky opeens. "Ik ga niet meer."
Ze draait om en loopt terug naar de lift. Tira rent achter haar aan.
"Waarom?",
vraagt ze.
Jacky leunt tegen de deuren van de lift en begint zachtjes te huilen.
"Ik durf niet Tira",
snottert ze en de tranen stromen over haar wangen. "Ik
ben zo bang, ik hou niet van toveren."
En dan vertelt Jacky
alles aan Tira. Hoe bang ze is voor die tante en hoe eng het haar lijkt. Tira
kan alleen maar luisteren en begint zachtjes mee te snikken.
Eindelijk houdt Jacky
op met praten. Bedremmeld kijkt ze naar de grond.
"Je zult me vast stom vinden Tira."
"Jacky", stottert
Tira. "Ik moet je wat vertellen."
Ook Tira kan alleen
maar naar de grond kijken.
"Ik
heb alles gelogen op school. Tante komt wel uit Afrika maar kan niet toveren.
Echt niet. Zij vertelde me deze verhalen omdat ik griezelige verhalen mooi vind."
Voorzichtig tilt Tira haar hoofd op en kijkt Jacky aan. "Het
spijt me", klinkt het zacht.
Door haar tranen heen
begint Jacky te lachen.
"Gelogen?",
roept ze. "Alles?"
Tira lacht zachtjes mee.
"Wow", is het enige
wat Jacky kan uitbrengen.
"Vind je het erg",
vraagt Tira aan haar vriendin.
"Nee, nu niet meer. Maar ik vind het wel stom. Je
had best eerlijk tegen me kunnen zijn."
Plotseling glijden de
liftdeuren, waartegen Jacky leunt, open en valt ze met een klap de lift in. Tira
ziet het voor haar ogen gebeuren en schiet hard in de lach. Kreunend komt Jacky
overeind.
"Ga je nog mee naar tante?",
vraagt Tira snikkend van de lach.
"Wel ja, laten we gaan. Nu durf ik wel.",
lacht Jacky.
Tira geeft Jacky een hand en samen huppelen ze de galerij op. Naar die
tovertante die zulke griezelige verhalen kan vertellen.
Einde
|